De psi-waarde (ψ) kwantificeert het extra warmteverlies dat ontstaat op de lijn waar twee bouwdelen samenkomen — denk aan een funderingsaansluiting, latei, dakranddetail of kozijnaansluiting. De eenheid is W/(m·K): elke strekkende meter koudebrug met ψ = 0,10 W/(m·K) voegt bij 20 °C temperatuurverschil 2 W/m extra warmteverlies toe.

Relatie met de energieprestatieberekening

In de NTA 8800-berekening wordt het totale transmissieverlies bepaald als de som van vlakverliezen, lineaire koudebruggen en puntkoudebruggen:

  • U · A — warmteverlies via vlakken (W/K)
  • ψ · l — aandeel van alle lineaire koudebruggen (W/K)
  • χ · n — puntkoudebruggen in W/K per punt

Als geen koudebrugberekening beschikbaar is, schrijft de NTA 8800 een forfaitaire opslag van 0,1 W/(m²·K) voor op de gemiddelde U-waarde van de uitwendige scheidingsconstructie (zie NTA 8800:2024, tabel 11.1).

Bepaling

De nauwkeurige ψ-waarde wordt berekend met een 2D- of 3D-warmtestroomsimulatie conform NEN-EN-ISO 10211. Hiervoor worden softwarepakketten zoals THERM of HEAT2 gebruikt. De SBR-referentiedetails bieden voor gangbare aansluitingen vooraf berekende ψ-waarden waarmee ontwerpers snel een betrouwbare schatting maken.

Voordelen van een lage ψ-waarde

  • Minder transmissieverlies → lager energiegebruik.
  • Hogere oppervlaktetemperaturen aan de binnenzijde → minder condensatierisico en schimmelvorming.
  • Betere score in de NTA 8800-berekening (BENG-indicatoren).

Aandachtspunten

  • Een ψ-waarde van 0 is theoretisch haalbaar maar vraagt om zorgvuldige detaillering (gekoppelde isolatielagen, thermisch onderbroken bevestigingen).
  • Fouten in de geometrie-invoer van de simulatie leiden snel tot onder- of overschatting; laat berekeningen valideren.
  • De forfaitaire opslag in NTA 8800 kan ongunstig uitpakken bij goed gedetailleerde constructies — een projectspecifieke berekening loont dan.