Een draagmuur maakt deel uit van de hoofddraagconstructie van een gebouw. Hij neemt verticale belastingen op — van vloeren, dak en hogere verdiepingen — en leidt deze via de fundering af naar de bodem. Draagmuren zorgen ook voor horizontale stabiliteit (windbelasting, scheve krachten).

Herkenning

Dikte is een aanwijzing maar géén bewijs. Dragende binnenmuren zijn in Nederland vaak uitgevoerd in kalkzandsteen van 100 mm of dikker (gangbare maten: 100, 120, 150 of 214 mm). Niet-dragende scheidingswanden zijn dikwijls dunner, bijvoorbeeld 70 mm gipsblokken. Toch kan een dunne muur dragend zijn of een dikke muur niet-dragend. Alleen een constructeur kan met zekerheid uitsluitsel geven, aan de hand van de constructietekeningen of een bouwinspectie ter plaatse.

Doorbreken of verwijderen

Het (gedeeltelijk) verwijderen van een draagmuur vergt altijd:

  1. Constructieve berekening conform Eurocode 6 (NEN-EN 1996-1-1); bij verbouw geldt NEN 8700 voor de beoordeling van bestaande constructies.
  2. Tijdelijke onderstempeling om de belasting over te dragen tijdens de werkzaamheden.
  3. Latei of stalen balk (HEA/HEB) boven de nieuwe opening die de krachten omleidt naar de zijwanden.
  4. Omgevingsvergunning — bij constructieve ingrepen aan het hoofddraagwerk is deze doorgaans verplicht op grond van het Bbl.

Voordelen en nadelen

AspectToelichting
VoordeelHoge sterkte en stijfheid; goede brand- en geluidsisolatie (massief metselwerk)
NadeelBeperkte indelingsvrijheid; aanpassen is kostbaar en vergunningplichtig
NadeelZwaarder dan een skeletbouw-oplossing; hogere funderingsbelasting