Een casco omvat alles wat een gebouw structureel overeind houdt én afdicht tegen weer en wind, maar nog niets van de afwerking of techniek daarbinnen. Concreet vallen hieronder:
- Fundering – palen, poeren of plaat waarop het gebouw rust
- Dragende wanden en kolommen – de constructieve kern die vloer- en daklasten afdraagt
- Vloeren – betonnen of houten vloerplaten per bouwlaag
- Dak – dakconstructie inclusief dakbedekking (wind- en waterdicht)
- Gevels – buitenblad, spouwconstructie of sandwichpaneel, inclusief kozijnen en beglazing
Niet tot het casco behoren: binnenwandafwerking, systeemwanden, leidingwerk, sanitair, keuken en vloer- en plafondafwerking.
Casco vs. ruwbouw
De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet identiek. Ruwbouw verwijst naar de bouwfase vóórdat wind- en waterdichtheid is bereikt; casco-oplevering is het eindpunt van die fase — het gebouw is dan gesloten maar kaal van binnen.
Casco-oplevering in de praktijk
Bij nieuwbouw en grote verbouwingen wordt soms gekozen voor casco-oplevering: de aannemer levert het geraamte op, de koper of opdrachtgever regelt de afbouw zelf of via derden. Dit geeft vrijheid in keuzes (indeling, materialen, installaties) maar vereist ook coördinatie en kennis van aanbestedende partij.
Let op: wat een specifiek contract onder het casco verstaat, kan afwijken. De technische omschrijving in het bestek of de aannemingsovereenkomst is altijd leidend boven de algemene definitie.
Voordelen en nadelen casco-oplevering
| Voordeel | Nadeel | |
|---|---|---|
| Vrijheid | Zelf indeling en materialen bepalen | Meer regie en coördinatie nodig |
| Kosten | Potentieel goedkoper bij eigen arbeid | Risico op meerkosten bij slechte planning |
| Kwaliteit | Afbouw op eigen tempo en wens | Geen garantie op afbouwdeel via hoofdaannemer |