De kapconstructie vormt het skelet van een hellend dak. Ze vangt alle belastingen op — eigengewicht, sneeuw (NEN-EN 1991) en wind (NEN-EN 1991) — en draagt die via muurplaten af op de dragende muren of kolommen.
Klassieke typen
| Type | Principe | Typische toepassing |
|---|---|---|
| Sporenkap | Sporen lopen direct van nokgording naar muurplaat; de nok rust op een nokstaander of binnenste draagmuur | Kleine overspanningen, woningbouw |
| Gordingenkap | Horizontale gordingen liggen op vakwerkspanten of bouwmuren; sporen rusten op de gordingen | Grotere overspanningen, boerderijen |
Herkenbare onderdelen: nokgording, gording, spant, spoor, muurplaat, keper, schoor en windschoor.
Nieuwbouw
In nieuwbouw verdringen prefab dakelementen en scharnierkappen de traditionele opbouw ter plaatse. Voordelen: maatnauwkeurigheid, kortere bouwtijd en geïntegreerde isolatieruimte. Nadelen: minder flexibel voor latere aanpassingen (dakkapel, dakraam).
Berekening
Houten kapconstructies worden gedimensioneerd volgens NEN-EN 1995 (Eurocode 5). De maatgevende belastingcombinaties volgen uit NEN-EN 1991 (klimaatbelastingen) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Aandachtspunten bij renovatie
- Controleer de muurplaat op houtrot voordat nieuwe sporen worden bevestigd.
- Vervang bij dakisolatie altijd de dampremlaag en zorg voor ventilatie boven de isolatie om condensproblemen te voorkomen.
- Constructieve wijzigingen (opkappen, dakkapel) vereisen een constructieberekening en omgevingsvergunning.