Een krimpscheur ontstaat doordat beton, metselwerk of stucwerk bij het uitdrogen in volume wil afnemen (verhardingskrimp of uitdrogingskrimp), terwijl de constructie die beweging verhindert. De opgebouwde trekspanning overschrijdt de treksterkte van het materiaal, waarna de scheur zich opent.
Kenmerken
- Patroon: fijne, soms willekeurig vertakte haarscheuren; breedte typisch kleiner dan 0,3 mm.
- Timing: verschijnen vooral in de eerste maanden tot jaren na uitvoering.
- Locatie: veelal in stuclagen, betonvloeren, ringbalken en metselwerkpuien.
Scheurwijdte en normen
In gewapend beton beperkt de wapening de scheurwijdte. NEN-EN 1992 (Eurocode 2) schrijft afhankelijk van de milieuklasse een maximale karakteristieke scheurwijdte voor van circa 0,2 mm (agressieve omgeving) tot 0,4 mm (droge binnenruimte).
Onderscheid met zettingsscheuren
| Kenmerk | Krimpscheur | Zettingsscheur |
|---|---|---|
| Verloop | willekeurig of recht | diagonaal, trapsgewijs door voegen |
| Breedte | stabiel, klein | groeiend, kan breed worden |
| Oorzaak | droogkrimp | funderingsbeweging |
Zettingsscheuren vragen altijd om beoordeling door een bouwkundige.
Voorkomen
- Dilatatievoegen op de juiste afstand aanbrengen.
- Voldoende krimpwapening (constructieve minimumwapening) toepassen.
- Beton tijdens verharding beschermen tegen te snelle uitdroging (nabescherming/nabehandeling).
Herstel
Krimpscheuren kleiner dan 0,2 mm kunnen in de meeste gevallen worden afgepleisterd of met een elastische afdichtingskit worden gevuld. Grotere of doorgroeiende scheuren eerst constructief laten beoordelen.