Inwendige condensatie is een sluipend probleem: het vocht zit verborgen in het constructiepakket en wordt vaak pas ontdekt als er al schade is (houtrot, schimmel, verzakt isolatiemateriaal).

Hoe het ontstaat Warme binnenlucht bevat meer waterdamp dan de buitenlucht. Onder invloed van het dampdrukverval diffundeert waterdamp van binnen naar buiten. Passeert de damp onderweg een materiaalgrens die kouder is dan het dauwpunt, dan condenseert hij ter plaatse.

Gevolgen

  • Natte isolatie (bijv. glaswol, steenwol) kan een fors deel van zijn Rd-waarde verliezen; voor glaswol en steenwol wordt in de literatuur tot 40–50 % verlies gerapporteerd bij significante vochtopname, afhankelijk van materiaalsoort en vochtgehalte
  • Houtrot en schimmelgroei die lang onzichtbaar blijven achter afwerking
  • In ernstige gevallen structurele aantasting van dragende houten constructiedelen

Rekenmodel: Glaser-methode De klassieke methode conform NEN-EN-ISO 13788 bepaalt grafisch of condensatie optreedt door het temperatuurverloop én het verzadigde dampdrukverloop door de constructie te vergelijken met de werkelijke dampdruk. Beperkingen: de methode is stationair en houdt geen rekening met capillaire herverdeling of seizoensgebonden uitdroging. Voor complexe renovatiegevallen biedt een dynamische hygrothermische simulatie (bijv. WUFI) meer inzicht dan de stationaire Glaser-methode.

Twee preventiestrategieën

StrategiePrincipeVoorbeeld
DampremmendDampscherm (Sd > 10 m) aan warme zijdeBinnenisolatie dak met folie
Damp-openOpbouw wordt naar buiten steeds dampopener; vocht droogt wegHoutvezel + diffusieopen windkering

Aandachtspunt bij renovatie Bij na-isolatie van bestaande constructies (van binnenuit) verschuift het temperatuurverloop. Een constructie die droog was, kan na isolatie alsnog condensatieproblemen krijgen. Voer altijd een Glaser-analyse of hygrothermische berekening uit vóór uitvoering.