Het dauwpunt is de kritische temperatuurgrens in de bouwfysica: zodra een constructielaag of oppervlak koeler is dan de dauwpunttemperatuur van de omringende lucht, slaat waterdamp neer als condensvocht.

Rekenvoorbeeld Binnenlucht van 20 °C bij 50% relatieve vochtigheid heeft een dauwpunt van ± 9,3 °C. Elk constructiedeel dat kouder is dan 9,3 °C loopt risico op condensatie.

Temperatuurverloop door een geïsoleerde constructie met dauwpuntszone en dampscherm aan de warme zijde

Inwendige vs. oppervlaktecondensatie

TypeLocatieGevolg
OppervlaktecondensatieBinnenoppervlak (muur, glas)Schimmelgroei, vlekken
Inwendige condensatieBinnen de constructielaagRot, vorstschade, isolatieverlies

Positie van het dampscherm Het dauwpunt bepaalt waarom een dampscherm aan de warme zijde van de isolatie hoort: de dampdichte laag stopt het vochttransport vóórdat de lucht de koude zone bereikt waar condensatie zou optreden. Conform NEN-EN-ISO 13788 wordt het dauwpuntverloop door de constructie grafisch bepaald (Glaser-methode) om te controleren of inwendige condensatie optreedt.

Praktische normwaarden

  • Minimale binnenoppervlaktemperatuur ter voorkoming van schimmel: temperatuurfactor fRsi ≥ 0,70 voor woningbouw (NEN-EN-ISO 13788 §6). Voor niet-verwarmde ruimten of andere gebruiksfuncties gelden afwijkende randvoorwaarden; raadpleeg de norm voor het toepasselijke binnenklimaat.
  • Kritische RV voor schimmelgroei: > 80% aan het oppervlak gedurende langere tijd

Voordelen van dauwpuntanalyse

  • Onthult zwakke plekken (koudebruggen) in een ontwerp vóór uitvoering
  • Basis voor correcte positionering dampscherm of dampremmer

Nadelen / beperkingen

  • Statische Glaser-methode houdt geen rekening met vochttransport via capillaire werking of tijdsafhankelijke effecten; voor die gevallen is hygrotherme simulatiesoftware nodig (bijv. WUFI, een commercieel pakket van Fraunhofer IBP dat veelgebruikt is in de Nederlandse praktijk)