Relatieve luchtvochtigheid (RV) geeft aan hoeveel procent van de maximale hoeveelheid waterdamp de lucht op dat moment bevat, bij een gegeven temperatuur. De formule in platte tekst: RV (%) = (actuele dampdruk ÷ verzadigingsdampdruk) × 100.
Temperatuur en vochtopname
Warme lucht kan aanzienlijk meer waterdamp bevatten dan koude lucht. Daalt de temperatuur bij gelijkblijvende hoeveelheid vocht, dan stijgt de RV automatisch. Bereikt de lucht 100% RV, dan is het dauwpunt bereikt en slaat vocht neer als condensatie.
Normwaarden voor binnenmilieu
| Situatie | RV-grens | Gevolg |
|---|---|---|
| Comfortabel binnenklimaat | 40–60% | Gezond, geen klachten |
| Verhoogd risico oppervlaktecondensatie | > 70% | Vocht op koude plekken |
| Structureel schimmelrisico | > 70–80% (continu) | Schimmelgroei mogelijk |
De GGD hanteert 40–60% als streefwaarde voor een gezond binnenmilieu. NEN-EN-ISO 13788 definieert rekenmethoden voor de beoordeling van oppervlaktecondensatie en schimmelrisico op basis van de RV aan het binnenoppervlak.
Meten
RV wordt gemeten met een hygrometer (elektronisch of haarvochtigheidshygrometer). Goedkope combinatiemeters (thermo-hygrometer) zijn breed verkrijgbaar en voldoende nauwkeurig voor woonhuismetingen.
Voordelen van controle op RV
- Voorkomt schimmelgroei en condensatieproblemen
- Verbetert thermisch comfort en luchtkwaliteit
- Maakt vochtproblemen in constructies vroegtijdig zichtbaar
Nadelen / aandachtspunten
- Te lage RV (< 30%) veroorzaakt droge slijmvliezen en statische elektriciteit
- RV alleen zegt niets over de absolute hoeveelheid vocht in de lucht
- Lokale koude plekken (koudebruggen) kunnen hoge RV hebben, ook al is de gemiddelde ruimte-RV laag; vanaf welke waarde schimmel ontstaat verschilt per soort