Transmissieverlies is één van de drie componenten van het totale warmteverlies van een gebouw — naast ventilatieverliezen en infiltratieverliezen. Het omvat de warmtestroom die via geleiding door daken, muren, vloeren en ramen naar buiten gaat.
Berekening
De totale transmissie-verliescoëfficiënt H_tr in W/K:
H_tr = Σ (U · A) + Σ (ψ · l) + Σ (χ · n)
U= warmtedoorgangscoëfficiënt van het vlak in W/(m²·K)A= oppervlak van het constructiedeel in m²ψ= lineaire warmtedoorgangscoëfficiënt (koudebrug) in W/(m·K)l= lengte van de lineaire koudebrug in mχ= puntkoudebrugcoëfficiënt in W/K (per punt,n= aantal punten)
Het vermogensverlies bij een bepaald ontwerpclimaatsverschil ΔT (in Nederland vaak gerekend met 10 °C buiten en 20 °C binnen, dus ΔT = 10 K; welke ontwerpwaarde je moet aanhouden volgt uit de toepasselijke norm) wordt dan: Φ_tr = H_tr × ΔT (in Watt).
Toepassing
De warmteverliesberekening conform ISSO 51 gebruikt H_tr om verwarmingsvermogen te dimensioneren: radiatoren, vloerverwarming of een warmtepomp. In de NTA 8800-energieprestatieberekening vormt transmissieverlies de basis voor BENG-indicator 1 (energiebehoefte).
Verhouding tot andere verliezen
Bij goed geïsoleerde nieuwbouw (Rc ≥ 4,5 m²·K/W, triple glas) verschuift het aandeel van transmissieverliezen naar beneden; ventilatie- en infiltratieverliezen worden dan relatief groter. Dit maakt luchtdicht bouwen en een WTW-unit steeds relevanter.
Reductiemaatregelen
- Hogere Rc-waarden voor dak, gevel en vloer.
- Lage-U-beglazing (triple) met thermisch verbeterd kozijn.
- Elimineren van koudebruggen (lage ψ-waarden).
- Luchtdicht bouwen om infiltratie apart te reduceren.