Als de vloer, de gevel, de kozijnen en het dak geïsoleerd zijn en de naden dicht, volgen de installaties: de verwarming en de ventilatie. Die volgorde heeft een reden: hoeveel vermogen een warmtepomp nodig heeft, hangt volgens Milieu Centraal onder andere af van de isolatie. Een installateur bepaalt dat vermogen, plaatst het systeem en regelt het in; voor de buitenunit geldt een geluidsgrens op de perceelgrens met de buren.

Stap 8 van 9 in Een woning renoveren · vorige stap: Luchtdicht maken en ventileren · volgende stap: Afbouw

Vooraf: wat het Bbl eist

Bij verbouw gelden de nieuwbouwregels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) met het rechtens verkregen niveau: het niveau dat vlak vóór de verbouwing was toegestaan, niet lager dan het niveau voor bestaande bouw en niet hoger dan dat voor nieuwbouw (art. 5.4 en 5.5). Voor installaties gaan vijf regels verder.

Geheel nieuwe installatie. Wordt een bouwwerkinstallatie geheel vernieuwd of geheel nieuw aangebracht, dan gelden de regels van afdeling 4.7 (art. 5.4 lid 3); IPLO noemt dat “de nieuwbouweisen”. Bij gedeeltelijke vernieuwing blijft het rechtens verkregen niveau gelden.

Technische bouwsystemen. Verandert u een centrale warmteopwekker of ventilatie-unit, of vervangt u een derde of meer van de radiatoren en andere afgiftelichamen (de drempels van IPLO), dan geldt art. 5.21. Het systeem voldoet aan de waarde voor de energieprestatie in tabel 5.21, is “adequaat gedimensioneerd, geïnstalleerd, ingeregeld en instelbaar” (lid 2) en kan na het vervangen van de warmteopwekker de temperatuur per verblijfsgebied of verblijfsruimte regelen (lid 3), bijvoorbeeld met thermostatische radiatorknoppen. Dat laatste hoeft niet als die apparatuur meer dan 20% kost van het systeem voor ruimteverwarming (lid 5). De installateur documenteert de energieprestatie en geeft dat aan de eigenaar (art. 5.21a).

Hernieuwbare energie. Wordt het verwarmingssysteem geheel vernieuwd, dan geldt een minimum aan hernieuwbare energie van 30 × (Aroof / Ag;tot) kWh/m²·jr, bepaald volgens NTA 8800, waarbij Aroof / Ag;tot ten hoogste 1,0 is (art. 5.20 lid 5). Volgens IPLO kan dat met bijvoorbeeld zonnepanelen, een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler. De eis geldt onder meer niet bij een aansluiting op een warmtenet (nu of aantoonbaar binnen drie jaar), bij locatiegebonden of bouwtechnische belemmeringen, en bij een terugverdientijd van meer dan 10 jaar; dan moet wel worden gedaan wat binnen 10 jaar terugverdiend wordt (lid 6). Per 1 januari 2028 worden dit volgens de aangekondigde tekst de leden 6 en 7.

Geluid. Een warmtepomp of airco die buiten staat, mag op de perceelgrens met een andere woning ten hoogste 40 dB veroorzaken (art. 4.107 lid 2). Staat de andere woning op hetzelfde perceel, dan geldt 40 dB bij haar te openen ramen en deuren (art. 4.108 lid 3). Bij verbouw gelden dezelfde waarden (art. 5.14 lid 2). Heeft de installatie een aparte avond- en nachtinstelling, dan gaat er van het gemeten niveau overdag (7 tot 19 uur) 5 dB af (Omgevingsregeling, bijlage XVII). Binnen, in een verblijfsgebied van uzelf of van de buren, mag een nieuwe warmtepomp of ventilatie-unit bij verbouw een installatiegeluidsniveau van ten hoogste 40 dB veroorzaken: de nieuwbouwwaarde van 30 dB plus 10 dB (art. 5.14 lid 1; IPLO), of het rechtens verkregen niveau als dat beter is.

Ventilatie. Bij een nieuwe ventilatievoorziening gelden de eisen aan de plaats van instroomopening en uitmonding en aan de toevoer van verse lucht rechtstreeks van buiten (art. 5.15, met 4.126, 4.127 en 4.138 lid 1); niet bij vervangen zonder die openingen te verplaatsen. Méér ventilatiecapaciteit omdat de schil luchtdichter is, eist het Bbl niet; zie stap 7.

Vergunning. Een warmtepomp aan of bij een bestaande woning is een verandering van dat bouwwerk. Voor de technische kant is dat volgens IPLO vergunningvrij zolang de draagconstructie niet wijzigt (art. 2.26 met art. 2.27 lid 1 onder b); ook de brandcompartimentering en de gevelisolatie mogen niet wijzigen. Voor de ruimtelijke kant is een warmtepomp op de grond vergunningvrij als hij niet hoger is dan 1 m en niet meer dan 2 m² beslaat (art. 2.29 onder r; IPLO), ongeacht het omgevingsplan. Staat hij niet op de grond of is hij groter, dan beslist het omgevingsplan; bij een monument gelden beperkingen (art. 2.30). De vergunningcheck in het Omgevingsloket geeft het antwoord voor uw adres (zie ook stap 1).

Waarom eerst isoleren

Een warmtepomp werkt met lager verwarmingswater dan een cv-ketel: volgens Milieu Centraal maximaal 45 tot 55 graden, tegen 60 tot 80 graden bij een cv-ketel. Een slecht of matig geïsoleerd huis wordt daarmee niet warm genoeg. Daarom is een volledig elektrische warmtepomp alleen geschikt als het huis op z’n minst redelijk is geïsoleerd: volgens Milieu Centraal “minstens 8 tot 12 centimeter dak- en vloerisolatie (Rc-waarde 2,5 of meer), een geïsoleerde spouwmuur en HR++ glas”. Een hybride warmtepomp kan ook bij matige isolatie, maar dan springt de cv-ketel vaker bij.

Ook het vermogen volgt uit de isolatie: volgens Milieu Centraal hangt het af van de grootte van het huis en de isolatie, en hoe meer er tussentijds geïsoleerd wordt, hoe kleiner het hoeft te zijn. Breng dus eerst de thermische schil op orde en laat het vermogen berekenen op de woning ná het isoleren. Of die dan redelijk tot goed geïsoleerd is, hangt af van wat per bouwdeel bereikt is (zie Rc-waarde eisen bij renovatie).

Welke warmtepomp, welke ventilatie

Hybride of volledig elektrisch. Bij een hybride springt de cv-ketel bij als het erg koud is en levert hij het warme tapwater. Een volledig elektrische warmtepomp levert ook warm water, uit een voorraadvat; de cv-ketel kan weg.

De bron. De meeste warmtepompen halen warmte uit de buitenlucht met een buitenunit (lucht-water). Een bodem-waterwarmtepomp haalt warmte uit de bodem via diepe, smalle boorgaten in de tuin: ingrijpender en duurder, maar zuiniger en zonder geluid (Milieu Centraal). Voor een bodemenergiesysteem kunnen eigen aanleg- en gebruiksregels gelden in het Besluit activiteiten leefomgeving (IPLO). Bij mechanische ventilatie kan ook een ventilatiewarmtepomp, die warmte haalt uit de afgezogen lucht.

Het koudemiddel. Milieu Centraal raadt een natuurlijk koudemiddel aan, zoals propaan, omdat synthetische koudemiddelen een veel sterker broeikaseffect hebben. Vanaf 2026 is er geen ISDE meer voor split lucht-waterwarmtepompen met een vulgewicht onder 3 kg en een GWP hoger dan 750 (RVO).

Ventilatie. Sinds 1975 worden huizen steeds vaker gebouwd met mechanische afvoer: ventielen in keuken, badkamer en wc zuigen lucht af, verse lucht komt via roosters binnen (vakmensen spreken van systeem C). Bij balansventilatie blaast een unit ook de verse lucht naar binnen, vaak met warmteterugwinning (wtw; systeem D). Centrale balansventilatie vraagt in een bestaande woning volgens Milieu Centraal “vaak een grote verbouwing”, omdat elke ruimte eigen kanalen krijgt; een decentrale unit in de buitenmuur kan per kamer. Bij natuurlijke ventilatie noemt Milieu Centraal een wtw-unit in de buitenmuur van de woonkamer slimmer dan mechanische ventilatie inbouwen.

Doorsnede van een rijwoning: buitenunit in de tuin, binnenunit met voorraadvat, radiatoren en vloerverwarming, wtw-unit op zolder met kanalen, en de meterkast

Het werk in volgorde

  1. Vermogen laten bepalen (installateur), op de woning na het isoleren. Laat een bedrijf een berekening van het vermogen zien, dan noemt Milieu Centraal dat een goed teken.
  2. Eén ontwerp (installateur): bron, warmtepomp, afgifte, regeling en ventilatie door één bedrijf, zoals Milieu Centraal aanraadt.
  3. Afgifte aanpassen (installateur): radiatoren die groot genoeg zijn voor lage temperatuur, of vloer- of wandverwarming, en een regeling per verblijfsgebied of verblijfsruimte (art. 5.21 lid 3).
  4. Elektra (installateur). Bij volledig elektrisch moet misschien de stroomaansluiting worden verzwaard; Milieu Centraal zet ook de groepenkast op de checklist.
  5. Buitenunit plaatsen (installateur). Bij een tussenwoning noemt Milieu Centraal: midden tegen de achtergevel, tegen een muurtje op de grens, op het dak van een uitbouw, of in een geluidsdempende kast.
  6. Binnenunit en voorraadvat (installateur), meestal op de plek van de oude cv-ketel. Vuistregel van Milieu Centraal: 80 liter voor 2 personen, 150 liter voor 4, 220 liter voor 6.
  7. Ventilatie-unit en kanalen (installateur), met luchtdicht afgewerkte doorvoeren zoals in stap 7.
  8. Inregelen en vastleggen (installateur): inregelen (art. 5.21 lid 2) en de energieprestatie documenteren (art. 5.21a).

Rijwoningen in Woerden met de warmtepomp in een grijze kast tegen de voorgevel Foto: Ellywa, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons, bijgesneden

De professional-grens ligt bij de hele installatie. Een warmtepomp of airco installeren of onderhouden “mag u niet zelf doen”, schrijft de Inspectie Leefomgeving en Transport, vanwege het koudemiddel: bedrijven hebben een BRL 100-certificaat nodig, monteurs een BRL 200-certificaat. Ook de ISDE eist installatie door een (bouw)installatiebedrijf (RVO). Zelf houdt u daarna de filters van balansventilatie schoon en vervangt u ze minstens 2 keer per jaar (Milieu Centraal).

Waar het misgaat

  • Te veel vermogen. Hoe hoger het vermogen, hoe meer geluid de buitenunit maakt. Een warmtepomp die niet ver terug kan in vermogen, gaat bij weinig warmtevraag pendelen; Milieu Centraal raadt een modulerende warmtepomp of een buffervat aan.
  • Buitenunit tegen de schutting. Een gewone schutting laat te veel geluid door (Milieu Centraal). Let ook op ramen en deuren van de buren dicht bij de grens.
  • Doorvoeren door de schil. De leidingen naar de buitenunit en de ventilatiekanalen gaan door gevel of dak. Niet afgewerkt is elke doorvoer een lek in de luchtdichting, en mogelijk een koudebrug.
  • Roosters naast balansventilatie. Bij balansventilatie zijn roosters in de ramen “overbodig (en zelfs nadelig voor het rendement)” (Milieu Centraal). Stem de kozijnen van stap 5 daarop af.

Kosten en besparing

Milieu Centraal (pagina’s laatst gewijzigd op 14 oktober 2026); bij de hybride en de warmtepomp met buitenunit staat erbij: inclusief btw en plaatsen. De subsidiebedragen heeft Milieu Centraal berekend voor een warmtepomp met energielabel A+++.

WarmtepompKostenSubsidie volgens Milieu Centraal
Hybride, 4 kW, bij bestaande cv-ketel€ 6.200€ 2.125
Hybride, 4 kW, met nieuwe cv-ketel€ 8.300€ 2.125
Volledig elektrisch, 8 kW, buitenunit€ 12.000€ 3.025
Volledig elektrisch, 8 kW, bodembron€ 30.000€ 4.425

De besparing, met de gemiddelde gas- en stroomprijs voor 2026–2040: zo’n € 600 per jaar met een hybride warmtepomp in een matig geïsoleerde hoekwoning met 2 personen (de tabel; de lopende tekst noemt € 625), en € 1.000 per jaar met een volledig elektrische warmtepomp met buitenunit in een goed geïsoleerde hoekwoning met 2 personen, inclusief het vervallen vastrecht voor gas. Met meer personen valt de besparing lager uit.

Subsidie

ISDE warmtepomp (RVO, pagina gecontroleerd op 3 juni 2026): een nieuwe (hybride) warmtepomp voor ruimteverwarming of tapwater; eerst installeren, dan binnen 24 maanden aanvragen; de volledige installatie door een bouwinstallatiebedrijf; woning gebouwd vóór 1 januari 2019, of omgevingsvergunning aangevraagd vóór 1 juli 2018. Het bedrag hangt af van het type en is minimaal € 500. Controleer vóór aankoop of de warmtepomp op de meldcodelijst van RVO staat; staat hij er niet op, dan stuurt u technische documentatie mee.

Verdubbeling voor de isolatie. Het ISDE-bedrag voor isolatie verdubbelt ook als u isolatie combineert met een warmtepomp, zonneboiler of warmtenet, binnen 24 maanden na de vorige maatregel (RVO, isolatiepagina gecontroleerd op 17 september 2026).

ISDE ventilatie (RVO, gecontroleerd op 23 juni 2026): € 400, eenmalig, alleen samen met één of meer isolatiemaatregelen, geïnstalleerd op of na 1 januari 2026 door een (bouw)installatiebedrijf. Isolatie met alleen ventilatie verdubbelt het isolatiebedrag niet. De eisen per type unit staan bij stap 7.

Begroten

Voor een begroting van deze stap trekt u uit:

  • de warmtepomp: type en vermogen in kW, uit de berekening van de installateur;
  • het afgiftesysteem: aantal te vervangen radiatoren, m² vloerverwarming, en een regeling per verblijfsgebied of verblijfsruimte;
  • leidingen: strekkende meter tussen buitenunit en binnenunit, plus aanpassingen aan de cv-leidingen;
  • de buitenunit: ondergrond of beugels, eventueel een geluidsdempende kast of muur;
  • het voorraadvat in liters, bij volledig elektrisch;
  • de ventilatie: aantal decentrale units, of één centrale unit met strekkende meter kanaal en aantal ventielen;
  • doorvoeren door gevel of dak, in stuks;
  • elektra: groepenkast en eventueel een zwaardere aansluiting;
  • inregelen en documenteren.

Voor aannemers die zulke hoeveelheden in een calculatie verwerken: Calcurabouw, van de uitgever van deze site, is bouwsoftware met calculatie, planning, inkoop en facturatie in één systeem.

Veelgestelde vragen

Moet ik eerst isoleren en dan pas een warmtepomp nemen?

Voor een volledig elektrische warmtepomp wel: het huis moet op z’n minst redelijk geïsoleerd zijn. Is de cv-ketel stuk, dan adviseert Kenniscentrum Duurzaam Leven (via Milieu Centraal) meteen een hybride warmtepomp te nemen en de isolatie óók aan te pakken; kan de ketel nog mee, dan eerst te isoleren.

Hoeveel geluid mag de buitenunit maken?

Ten hoogste 40 dB op de perceelgrens met een andere woning (art. 4.107 lid 2 en 5.14 lid 2). Met een aparte instelling voor avond en nacht gaat er overdag 5 dB van het gemeten niveau af; Milieu Centraal noemt 45 dB overdag en 40 dB ‘s avonds en ‘s nachts.

Heb ik een vergunning nodig voor een warmtepomp?

Voor de technische kant meestal niet: volgens IPLO is het vergunningvrij zolang de draagconstructie niet wijzigt (art. 2.26 en 2.27 lid 1 onder b). Voor de ruimtelijke kant is een unit op de grond van ten hoogste 1 m hoog en 2 m² vergunningvrij (art. 2.29 onder r). Een grotere unit, een unit aan de gevel of op het dak, of een unit bij een monument toetst u aan het omgevingsplan. Doe de vergunningcheck voor uw adres.

Zie ook